Sta je met een zak spruitjes in je hand en vraag je je af of je eerst moet wassen of toch beter meteen snijden? Je bent niet de enige. Spruitjes zijn klein, vol blaadjes en vragen net wat aandacht. In dit artikel laat ik je zien hoe je ze snel en netjes schoon krijgt, met heldere stappen en handige keukentips. Ik deel ook mijn favoriete manieren om ze te bereiden, hoe je bittere smaken voorkomt en hoe je ze het beste bewaart. Zo ga je met vertrouwen aan de slag.
Goede voorbereiding is het halve werk. Door spruitjes zorgvuldig te reinigen blijven ze frisgroen, smaken ze minder bitter en garen ze gelijkmatig. Bovendien kook je schonere spruitjes sneller gaar en heb je minder kans op losse blaadjes in de pan.
Sorteren en inspecteren. Leg de spruitjes op het aanrecht en haal exemplaren met gele of erg beschadigde bladeren eruit. Kies bij voorkeur compacte, stevige spruiten.
Onderkant bijsnijden. Snijd een dun plakje van het kontje af. Verwijder meteen de buitenste blaadjes die los zitten of bruin zijn.
Grondig wassen. Doe de spruitjes in een ruime kom met koud water, roer even rond en giet af. Herhaal indien nodig. Bij halveren was je ze nog een keer, zo spoel je vuil tussen de blaadjes weg.
Uitlekken en drogen. Laat de spruitjes in een vergiet drogen. Voor roosteren dep ik ze zacht droog met keukenpapier, dan kleuren ze mooier.
Bij grote spruiten kun je onderaan een klein kruisje insnijden. Dat helpt de kern iets sneller garen. Voor kleine, moderne spruiten is het meestal niet nodig en kan het juist extra water in de spruit laten trekken. Mijn vuistregel: alleen bij grote, zeer compacte spruiten en houd het kruisje klein.
Gebruik ruim water met een snuf zout en breng krachtig aan de kook voordat de spruiten erin gaan. Kook ze kort, meestal acht tot twaalf minuten, afhankelijk van de grootte. Prik na acht minuten even in de kern. Gaar is wanneer een mesje soepel door de kern glijdt maar de spruit nog veerkrachtig is. Afgieten en direct serveren of kort naschrikken in koud water als je ze later wilt opwarmen.
Voor stomen reken je iets langer dan roerbakken, maar de smaak blijft puur en de kleur mooi. Roerbakken doe je met gehalveerde spruitjes in een hete pan met olie. Eerst schoonmaken, eventueel halveren, dan op hoog vuur bakken tot de snijkant goudbruin kleurt en de kern beetgaar is. Een scheutje water of bouillon op het einde helpt om de kern zacht te maken.
Roosteren geeft een nootachtige, zoete smaak. Halveer de spruitjes, meng met olie, zout en eventueel knoflook, leg met de snijkant omlaag op een plaat en rooster in een voorverwarmde oven van tweehonderd tot tweehonderdtwintig graden. Na ongeveer achttien tot vijfentwintig minuten zijn ze goudbruin en gaar. Dit is mijn favoriete methode voor spruitjeshaters die je wilt overtuigen.
Te lang koken haalt de frisheid weg en zorgt voor een zware koolsmaak. Houd de tijd in de gaten, proef en werk liever met iets te korte garing dan te lange. Je kunt altijd nog even na laten garen in de pan.
Grote kruisjes of lang weken zorgen voor waterige spruiten. Kies voor kort wassen in koud water en laat ze goed uitlekken. Voor roosteren is droogdeppen de sleutel tot een knapperige snijkant.
Grote, oudere spruiten smaken vaak bitterder. Kies kleinere exemplaren, gaar ze kort en voeg een fris of zoet accent toe, zoals citroenzeste, een scheutje azijn, appel of een beetje honing. Ook nootmuskaat en zwarte peper doen het goed.
Koop spruitjes die stevig aanvoelen, met dicht aangesloten blaadjes en een frisgroene kleur. Bewaar ze ongewassen in de groentelade, liefst in een geperforeerde zak. Zo blijven ze drie tot vijf dagen goed. Voor langere bewaring kun je ze blancheren: twee tot drie minuten in kokend water, dan direct koelen in ijswater, goed laten drogen en invriezen. In de vriezer blijven ze enkele maanden op kwaliteit.
Een spruitje kan veel hebben. Klassiek zijn spekjes, ui, nootmuskaat en een klontje boter. Fris het op met citroen, peterselie, dille of een likje mosterd. Voor een feestelijke twist meng je geroosterde spruitjes met walnoten en granaatappel of met appel en een beetje tijm. In mijn keuken maak ik ze graag af met een scheutje goede olijfolie en een snuf zeezout vlak voor het serveren, dat maakt het verschil.
Meer leren over producten netjes voorbereiden in de keuken? Lees ook hoe je pastinaak schoonmaken het beste aanpakt of stap voor stap mosselen schoonmaken. Handig als je een compleet seizoensmenu wilt koken.
Met goed selecteren, kort bijsnijden, losbladige randjes verwijderen en grondig maar kort wassen ben je al over de helft. Kies daarna de bereidingswijze die bij je gerecht past en houd de garing in de gaten. Zo zet je spruitjes op tafel die fris, knapperig en vol smaak zijn. Je zult merken dat iedereen mee eet.
Begin met een dun plakje van de onderkant wegsnijden en verwijder beschadigde buitenblaadjes. Was ze daarna in koud water en roer even goed door. Halveer je de spruitjes voor roerbakken of roosteren, was ze dan nog een keer kort. Zo spoel je vuil tussen de blaadjes weg en voorkom je waterige spruitjes.
Reken meestal acht tot twaalf minuten, afhankelijk van de grootte. Start met ruim kokend water en een snuf zout. Prik na acht minuten in de kern. Gaar is wanneer een mesje soepel doorprikt maar de spruit nog wat veerkracht heeft. Giet direct af en serveer of koel kort terug als je ze later gebruikt.
Alleen bij grote, compacte spruiten kan een klein kruisje helpen om de kern sneller te garen. Bij kleine of middelgrote spruiten is het meestal niet nodig en kan het zelfs extra water naar binnen trekken. Houd het kruisje klein en subtiel, dan behoud je structuur en smaak.
Kies kleine, verse spruitjes, verwijder buitenste blaadjes en gaar ze niet te lang. Combineer met frisse of zoete accenten zoals citroensap, appel of een beetje honing. Roosteren of roerbakken versterkt de nootachtige tonen en tempert bitterheid. Een snuf nootmuskaat en peper werkt ook heel goed.
Ongewassen blijven spruitjes in de groentelade drie tot vijf dagen goed. Wil je bewaren na schoonmaken, dep ze droog en verwerk binnen een dag. Voor invriezen blancheer je ze twee tot drie minuten, koel direct terug in ijswater, droog goed en vries in. Zo behouden ze kleur en beet voor enkele maanden.